Geluid op de arbeidsplaatsIn het Arbobesluit, artikel 6.7, wordt gesteld dat in het kader van de risico-inventarisatie en -evaluatie op elke arbeidsplaats het geluidniveau beoordeeld en, indien nodig, gemeten dient te worden om te bepalen waar en in welke mate werknemers aan schadelijk geluid kunnen worden blootgesteld. De beoordeling en de meting dienen representatief te zijn voor de blootstelling aan geluid op de arbeidsplaats gedurende de dagelijkse arbeidstijd. De beoordeling en de meting dienen schriftelijk te worden vastgelegd en periodiek te worden herhaald. Indien uit de inventarisatie blijkt dat de geluidniveaus op de werkplek te hoog zijn, moeten maatregelen genomen worden om de geluidniveaus naar beneden te brengen. Deze moeten worden vastgelegd in een “Plan van Aanpak” (of lawaaibestrijdingsplan). Lawaai is niet alleen hinderlijk, maar bij hoge niveaus kan het schadelijk zijn voor het gehoor. De ernst van de gehoorschade hangt af van de geluidsterkte en de blootstellingsduur. Gehoorschade door lawaai is niet te genezen. Stroop raadgevende ingenieurs bv meet en beoordeelt het geluidniveau op de arbeidsplaats volgens de geldende wet en regelgeving, zoals vastgelegd in de Nederlandse norm NEN 3418: Ergonomie – Het beoordelen van geluid op de arbeidsplaats. Deze norm geeft aan op welke manier de geluidsituatie moet worden beoordeeld. Ook geeft Stroop advies over te treffen maatregelen waarmee de geluidniveaus op de arbeidsplaats kunnen worden beperkt. Kernpunten met betrekking tot geluid op de arbeidsplaats zijn:
Naast grenswaarden voor het equivalente geluidniveau, gelden ook toelaatbare waarden voor het maximale geluidniveau. Het momentane geluidniveau Lpiek mag niet meer bedragen dan 200 Pa (140 dB). Referentieprojecten geluid op de arbeidsplaats:
|